Tijd als variabele in een transitie
De laatste jaren begeleiden wij/ik meer en meer organisatiebrede en impactvolle transities. Daarin begint mij steeds meer iets op te vallen. De invloed van de variabele ‘tijd’ (in de natuurkunde vaak aangeduid met de letter t of T). Specifiek de tijd als emotionele factor van rust/onrust in de transitie en daarmee het geheel veranderende systeem.
Wij als managers zijn ervaren met het begeleiden van projecten en programma’s, bekend met de factor tijd. Alleen al vanuit onze offertes en het managen van de projecttijd gericht op bewerking en doorloop. Daarnaast natuurlijk de welbekende systeemtijd (24/7 klok) waar wij allemaal mee van doen hebben en waar onze samenleving op (dis?)functioneert. Niks vreemds zou je kunnen denken.
Mijn beleving is toch anders aan het worden. Zal mede aan mijn eigen beleving van tijd liggen, waarin ik mij meer en meer bewust wordt van mijn ‘beschikbare tijd’ en mijn zingeving en plezier op deze aardbol. Ik ervaar vanuit lopende transities, vaak gevoed door de opdrachtgevers onder druk van toezichthoudende (RvC, RvT, OR, Bonden) en vaak politiek (Raden) of bestuurlijke (Colleges) gremia, dat de factor tijd ‘in eens’ een punt van discussie, zorg, irritatie en zelfs van doorslag wordt. Op zich niet onlogisch, want organisatiebrede en impactvolle transities zijn vaak langlopend. Alleen al door de benodigde veranderingen in culture aspecten (lees: houding en gedrag van mensen in het systeem). De ervaring leert dat daar maar zo 3 tot 5 jaar voor nodig is.
Een belangrijk element daarop is de keuze voor een ‘blauwdruk’ of ‘organische’ transitie. De ‘blauwdruk’ aanpak geeft het idee dat ‘de knop op een bepaald moment om gaat’ en alles direct geregeld is. Echter vaak minder of niet zichtbaar is dat voorafgaand (ook) jaren tijd gestoken is in het klaarmaken van alles wat nodig is om zo geruisloos mogelijk de knop om te kunnen zetten. Pas daarna is het culturele element beïnvloedbaar en loopt de transitietijd nog door. Dit wordt echter lang niet altijd zo ervaren, gezien, laat staan beleefd.
Organisch daarentegen is de weg van samen als systeem de transitie invulling en vorm geven. In het moment klaarmaken wat nodig is om anders te gaan werken en doen. Aan de voorkant is meer duidelijk dat dit tijd kost en dat juist de culturele veranderopgave hierin een grote rol speelt. Daardoor is vaak het besef bij iedereen (ook de toezichthoudende en vaak politiek of bestuurlijke gremia) bewuster dat de transitie zeker een paar jaar gaat duren. Dit vindt men logisch, begrijpelijk en ook prima. Als voordeel wordt gezien dat het gehele systeem betrokken, mensen zelf bijdragen en beïnvloeden en daarmee draagvlak in de volle breedte wordt versterkt.
De realiteit is weerbarstiger. Zeker als de meerderheid in het systeem de eerste echt veranderingen ondergaat en de onduidelijkheden toenemen. Gemor en gedoe ontstaat en bereikt ook de opdrachtgever maar zeker ook de gremia ‘daarachter’. Op dat moment worden ‘vragen’ gesteld over ‘hoe lang het nog duurt?!’ voordat de transitie klaar is en de organisatie weer normaal kan werken. De beleving van tijd wordt ‘plots’ gevoed door een andere emotie. De eerdere logica en het besef dat de transitie tijd nodig heeft die ook gegeven moet worden ‘smelt als sneeuw voor de zon’.
Kant en klare oplossingen zijn hier niet voor. Duidelijk is dat het managen van deze variabele meer dan ooit cruciaal is. Niet alleen aan de voorkant van de transitie, maar bewust meer ook tijdens. Het neigt meer en meer naar continu managen om meer of überhaupt succesvol te kunnen zijn. Dat vereist dus ‘nog meer tijd’! Het is wel bepalend voor de kans op succes of falen van de transitie, waarover iedereen ooit het eens was dat het van waarde was om te doen. Doen we dit niet, dan zijn we terug bij ‘AF’. Dat per definitie verspilling van ieders tijd (op deze aardbol).
Tip: Zelf ben ik geïnspireerd door Joke Hermsen met haar boek ‘Stil de tijd; pleidooi voor een langzame toekomst’, waarin zij op verschillende manieren aankijkt tegen de tijd.
Meer weten? Bel of mail gerust! (vrijblijvend)
Specialisten
