Meer positie voor gemeenten?
De optimale gemeentelijke schaal blijft boeien, ook in 2015. In het regeerakkoord had het kabinet op de lange termijn gemeenten van tenminste honderdduizend inwoners voor ogen, al kon deze inwonersnorm worden aangepast aan de bevolkingsdichtheid in verschillende delen van het land. In de visie van het kabinet hebben gemeenten deze opschaling nodig om – in de decentralisaties – een goede partner te zijn voor maatschappelijke organisaties zoals zorginstellingen en om financiële risico’s te kunnen dragen en te beschikken over de benodigde kennis en capaciteit. De beoogde opschaling verdween geleidelijk naar de achtergrond omdat er onvoldoende inhoudelijke basis was voor het concept van de 100.000+ gemeenten. De VNG stond op het standpunt dat bestuurlijke schaal niet leidend moet zijn in de discussie over de uitvoeringskracht bij decentralisaties en pleitte voor het loslaten van de koppeling van dit dossier met herindeling. Het COELO becijferde dat herindeling niet leidt tot lagere kosten. Uiteindelijk schrapte het kabinet de 100.000+ ambitie uit het herindelingskader.
Wat rest in de praktijk is evenwel een lappendeken van gemeentelijke samenwerkingsverbanden waar individuele gemeenten steeds minder invloed op lijken te hebben. De discussie over de optimale gemeentelijke schaal zal op korte termijn dan ook weer oplaaien.
Het onderzoeksbureau Atlas voor Gemeenten nam alvast een voorschot op de discussie door een nieuwe gemeentekaart van Nederland te ontwerpen. Niet gebaseerd op een minimum aantal inwoners, bestaande bestuurlijke grenzen van gemeenten provincies of samenwerkingsverbanden. Wel gebaseerd op inhoud. Het aanbod aan voorzieningen bepaalt de optimale gemeentelijke schaal. En daarbij is de burger leidend: in welk geografisch gebied beweegt de burger zich voor voorzieningen als werk, onderwijs, zorg, cultuur, sport, etc. Juist dat maakt deze kaart juist zo interessant. De opschaling naar gemeenten die hiermee ontstaat maakt een einde aan de incongruente samenwerkingsverbanden maar leidt tot een samenhangend geheel van zelfvoorzienende gemeenten.
De nieuwe gemeentegrenzen zijn bepaald op grond van de oriëntatie van woonlocaties op voorzieningen als onderwijs, werk, winkels, cultuur, onderwijs, zorg, sport en natuur. Op postcodeniveau is berekend op welke gemeente men is aangewezen als het gaat om werk, winkels, cultuur, onderwijs, zorg, sport en natuur. De nieuwe gemeentekaart van Nederland bestaat dan uit 57 zelfvoorzienende centrumsteden. Voor alle andere woonlocaties is vastgesteld welk centrumstad het meest verzorgend is als het gaat om werk en voorzieningen. De nieuwe gemeenten bestaan gemiddeld uit meer dan 300.000 inwoners, met ‘Amsterdam en omstreken’ (bijna 1,8 miljoen inwoners) als grootste en ‘Emmeloord en omstreken’ (67.000 inwoners) als kleinste gemeente.
Met deze nieuwe gemeentelijke schaal zou Nederland naar verwachting klaar zijn voor de toekomst. Een interessant tekentafelontwerp, dat de moeite waard is om verder te verkennen. Wij blijven met interesse volgen hoe de bestuurlijke discussie daarover wordt gevoerd.
Meer weten: https://www.atlasvoorgemeenten.nl/