De postbode en de caissière als buurtwerker: slim samenwerken in het publiek domein!
De postbodes van PostNL verrichten sinds kort surveillancediensten in Schiedam, waar ze kijken of de buitenruimte er nog netjes bij ligt. Een experiment van enkele maanden. Ze nemen elke dag een foto van de toestand van de vuilcontainers langs hun route, checken waar hondenpoep ligt en signaleren scheefstaande paaltjes en kapotte verkeersborden. Hun Belgische collega’s nemen voor de sociale dienst poolshoogte bij tachtigplussers en brengen via een enquête extra zorg- en hulpbehoeften in kaart. Binnenkort letten caissières van Albert Heijn in Den Haag op de gezondheid en het welzijn van hun oudere klanten. Als zij signalen krijgen dat een oudere bijvoorbeeld eenzaam of vergeetachtig is of zichzelf verwaarloost, knopen ze een gesprek aan en vragen ze of de klant wil praten met in de winkel aanwezige vrijwilligers van een zorgorganisatie.
Het is minder verrassend dan het lijkt. Het komt immers vaker voor dat organisaties taken voor elkaar uitvoeren of van elkaar overnemen. Denk aan waterschappen die meeliften met het drinkwaterbedrijf voor het innen van hun belastingen, omdat de inbaarheid dan hoger is. Bedrijven hebben nu eenmaal belang bij continuïteit. Dat is ook een oudere klant die blijft winkelen en zijn bestedingspatroon op peil houdt of andere vormen van dienstverlening buiten de krimpende postmarkt. De verrassing is wellicht dat deze bedrijven partner worden van het publiek domein en hun commerciële diensten weten te verbinden aan maatschappelijk resultaat.
Alleen daarom al vind ik die experimenten de moeite waard. Gaat het werken? En wie waagt zich nog meer aan vernieuwende dienstverlening? En hoe inspireert het gemeenten? Als de postbode de openbare ruimte of de ouderen in het oog kan houden, waarom zou een taxibedrijf dat toch rond rijdt dan niet kunnen scannen of auto’s betaald geparkeerd staan. Om maar eens iets te noemen.
Wie denkt er mee?